Nr. 8: De bevrijder van Zwolle

Door Bas Diender

Of het nou via de jaarlijkse Canadese vlag aan de centrale kerktoren, met een spectaculair
spandoek tijdens een voetbalwedstrijd of in de doorgeefcolumn van de Bab(b)elaar is, rond deze tijd van het jaar herinneren Zwollenaren anderen maar wat graag aan de bevrijding van de stad tijdens de Tweede Wereldoorlog. Enerzijds natuurlijk omdat we de bevrijder ontzettend dankbaar zijn, anderzijds stiekem ook omdat de bevrijding – uitgevoerd door welgeteld één man – net zo goed uit een film had kunnen komen.

Voor hen die hem niet kennen: de bevrijder heet Léo Major, een in Amerika geboren Franse
Canadees. Op vroege leeftijd verhuisde hij naar Montréal waar hij vanwege een slechte
relatie met zijn vader bij zijn tante opgroeide. Toen hij 18 was ging hij het leger in, naar
verluidt om aan zijn vader te laten zien dat hij iemand was om trots op te zijn.

Kort na zijn landing in Europa op D-Day raakte hij zwaargewond bij een explosie waarbij hij
zijn oog verloor. Het leger wilde hem naar huis sturen maar Major weigerde, hij kon immers – naar eigen zeggen – zijn wapen toch beter richten met één oog. Met ooglap getooid bleef
Major indruk maken: zo kaapte hij een Duitse pantserwagen en nam hij in de buurt van
Antwerpen ruim negentig soldaten gevangen, allebei deed hij overigens in z’n eentje. Door
Nederland oprukkend raakte Major wederom zwaargewond, dit keer aan zijn rug. Opnieuw
werd hem geadviseerd terug naar huis te gaan en opnieuw weigerde hij. Major nam wat tijd
om in Nijmegen te herstellen om zich daarna direct weer bij zijn regiment te melden, wat
inmiddels aan de rand van Zwolle stond.

De Canadese artillerie stond op het punt de oude Hanzestad te beschieten. In de stad waren echter veel Duitse soldaten bezig bij wie eerst door twee vrijwilligers gepeild moest worden of die de stad nog zouden verdedigen. Major en zijn beste vriend Willy Arseneault boden zich aan. Naast de Duitse aanwezigheid peilen was hun taak ook om eventueel contact op te nemen met het Nederlandse verzet. Voor Major en Arseneault was dit kennelijk echter niet genoeg, de twee besloten de stad zelf te bevrijden om te voorkomen dat de binnenstad kapotgeschoten zou worden. Rond middernacht zou Arseneault echter gedood worden, maar Major liet zich hier niet door tegenhouden en besloot hun missie in zijn eentje voort te zetten.

Gedurende de nacht zou Major met zo veel mogelijk lawaai door de binnenstad heentrekken om niet te laten merken dat hij alleen handelde, waardoor de Duitsers overtuigd waren dat het gehele Canadese regiment de stad was binnengevallen. Groepjes van ongeveer tien soldaten die Major tegenkwam, doodde hij of nam hij gevangen, waardoor hij aan het eind van de avond meer dan honderd soldaten gevangen had genomen. Nadat hem duidelijk werd dat de Duitse aanwezigheid in de stad geen weerstand meer zou kunnen bieden stak
hij het hoofdkwartier van de Gestapo in brand en zou hij bovendien in het hoofdkwartier van de SS alle aanwezige officieren gevangen nemen. Rond negen uur ’s ochtends meldde hij zich weer bij zijn regiment dat de stad zonder beschietingen kon bevrijden.

Dat het verhaal door de jaren heen wat nieuwe details heeft gekregen maakt voor Zwolle  niet uit. Het blijft immers een feit dat Major de moed had om in zijn eentje de situatie in de stad te peilen en daardoor zware beschietingen voorkwam. De grote straat waarover hij
binnenkwam heet de Leo Majorlaan, hij is ereburger van de stad geworden en hoewel hij zijn roem zelf overtrokken vond is hij hier – gepaard met zeven huldigingen – uitgegroeid tot volksheld nummer één. Zijn laatste wens om naast Arseneault begraven te worden is
weliswaar niet uitgekomen, maar wat zijn andere wens betreft – dat zijn vader in zou zien dat hij iemand was om trots op te zijn – daarvan hopen we elk jaar dat die uitgekomen is.

Geef een reactie